Even voorstellen:
Mijn naam is Peter Valkenburg. In 1967 ging ik voor het eerst met mijn ouders naar Italië: Ik was toen 8 jaar.
Bestemming: camping Gardena in Domaso aan het Comomeer, later volgde nog het Lago Maggiore, het dorpje Manerba aan het Gardameer en het meer van Caldonazzo.
In 1989, inmiddels op eigen benen, besloot ik het met mijn partner wat verder op in Italie te zoeken en de bestemming werd het meer van Bolsena. We kwamen terecht op camping Val di Sole. Echter de laatste jaren gaat onze voorkeur uit naar camping Lido Village.
Op deze website vind je mijn/onze ervaringen terug van onze favoriete vakantieplek, nl. Bolsena(I) en omstreken. Door op onderstaande link te klikken kun je kleine impressie van Bolsena krijgen:
Filmpje: http://www.123video.nl/playvideo.asp?MovieID=68134
Mijn eerste keer:
Ik herinner mij de eerste keer Bolsena nog heel goed Op zoek naar een camping kwamen we uiteindelijk bij camping Val di Sole terecht. We troffen een mooi zandstrand aan. In de jaren 1985-1987 waren we aan de Yoegoslavische kust geweest en daar waren alleen kiezelstranden. Ondanks dat ik al vanaf 1967 in Italie kwam, was dit deel van Italië voor mij en mijn partner totaal nieuw. In het verleden had ik weleens van een Italiaan gehoord dat we niet bij de noordelijke meren op vakantie moesten gaan, maar veel zuidelijker. Als kind hoorde ik tijdens vakanties met mijn ouders op de wereldomroep dat er op de zuidelijke autowegen vaak dodelijke ongelukken gebeurden. Dus .. Echter na onze Yoegoslavische- en Tiroler-jaren waren we op zoek naar een nieuwe vakantiebestemming en Italië zat nog steeds in mijn hart. Niet alleen het gevaar op de weg bemoeilijkte onze keus, ook stond (Noord-)Italië erom bekend dat het enorm duur was geworden. zeker ten opzichte van Yoegoslavië. Toen mijn keuze uiteindelijk op Bolsena viel, bleek een collega dat jaar in Bolsena op vakantie te zijn geweest en hij was hier zeer enthousiast over. Bovendien kon je van hieruit naar Rome en het land van de Romeinen leek ons ook wel aantrekkelijk. Behalve van deze collega, hoorde je eigenlijk nooit van iemand dat hij zo zuidelijk Italië was ingetrokken. Dus we voelden ons best wel pioniers toen we uiteindelijk op camping Val di Sole aankwamen. Nadat we ons tentje hadden opgezet, gingen we aan het begin van de avonduren een kijkje nemen aan het strand. Het bleek dat er diverse Nederlanse gezinnen al jaren naar Bolsena(Val di Sole) kwamen en de kinderen, inmiddels voor in de twintig elkaar dan ieder jaar ontmoetten. Deze gezinnen kwamen we zelf ook nog jaren tegen; sommige kinderen kwamen later terug met eigen vriend of vriendin. Kortom we waren geen pioniers, maar wel ontdekkers van Bolsena van de tweede generatie. De 'inboorlingen" leken hier gelukkig, maar agrarisch en primitief ingesteld. In de avonduren werden op de velden naast de camping de aardappels nog met de hand gerooid. In het dorp was het niet anders.

Het dorp bleek te bestaan uit een marktpleintje, links onder de poort door was alleen een "doodse" straat: oud scheef en weinig activiteit. Dan maar rechts de straat in, op de hoek een juwelierszaakje, de slager, een groenteboer, een winkeltje met wat electriciteitsspullen...al met al een klein winkelstraatje. Aan het einde van de straat aan de linkerkant lag een Pizzeria (del Corso)

Pizzeria del Corso:
Inmiddels was het al wat later en andere keuzes om iets te eten waren er niet. We namen dus de gok. Op de vloer lagen bewerkte geglazuurde tegels, bloemenmotief in de kleuren geel, wit en blauw. De stoelen leken op onze roestvrijstalen keukenstoelen uit de jaren zestig. Het bleek een echt Italiaans familiezaakje te zijn. Moeder stond met een ingehuurde hulp en een dochter in de keuken; zoon Vicenzo en de jongste dochter verzorgden de bediening. Een vader bleek te ontbreken in dit gezin en er werd hard gewerkt om het hoofd boven water te houden. Vicenzo schatte wij in op een jaar of 17 en de dochter moet ongeveer 12 zijn geweest. Vlak voor de toiletingang kregen we een plaats voor twee personen. In de jaren dat we in Noord-Italië verbleven, konden we ons redden met de Duitse taal. Echter deze Italianen bleken alleen Italiaans te spreken en te verstaan. Ook de menukaart was geheel in het Italiaans. Gelukkig konden we toch een paar dingen op de kaart vertalen. Mijn partner wilde van de jonge bedienster weten wat het verschil was tussen prosciuto crudo en prosciuto cotto; wisten wij veel. Het lukte haar niet om het verschil uit te leggen; althans wij begrepen het niet. Uiteindelijk werd mijn partner aan de hand mee genomen naar de vitrine en werden de gekookte ham(cotto) en de rauwe ham(crudo) aangewezen. We kozen beiden voor een Pizza Prosciuto Funghi(dus ham, champignons). Uiteraard wilden we ook nog wat drinken bij ons eten en bestelden allebei een cola. We verwachtten dus beiden een glas cola te krijgen. Na wat handgebaren bestelden we dus een grote cola; we kregen tot onze eigen verbazing ieder een liter fles cola voor onze neus gezet. Na het eten mochten we de nog niet geopende fles overigens gewoon meenemen. Onze pizza werd opgediend en de funghi leek op de rijkelijk aangebrachte olijfolie te drijven. We dachten toen nog dat vakantiegasten van al deze olie diarree kregen, dus ... Uiteindelijk bleek dit een overheerlijke pizza te zijn, zoiets had ik nog nooit geproefd: niet in Nederland en ook niet in Noord-Italie. Ook de verwachte darmklachten bleven achterwege. Nu bijna 20 jaar laten komen we nog steeds in deze Pizzeria.

Nu is zoon Vicenzo trotse eigenaar van deze zaak. In het begin zette hij de zaak in de stijl van zjjn moeder voort. E.e.a. verliep soms nogal chaotisch en regelmatig waren er heftige discussies tussen Vicenzo en de keuken. Door hun manier van communiceren lijkt het er soms toch al op alsof die Italianen altijd ruzie met elkaar hebben. Inmiddels heeft hij de zaak uitgebreid, een buitenterras gemaakt en zeer sfeervol ingericht. Hij heeft zich zelf gepromoveerd tot pizzabakker en zijn vrouw speelt de gastvrouw. Het is nu een volwaardig restaurant, waarbij alles efficiënt lijkt te verlopen. Niets herinnert meer aan het "huiskamer-project" van moeder, wat overigens ook wel iets had. De moeder runt samen met de jongste dochter een schoenenzaak in het midden van de straat. Al jaren houden zij opheffingsuitverkoop, haha. De oudste dochter is getrouwd met de eigenaar van een ander pizzeria, gelegen aan de linker kant van de markt.

Destijds was er naast de pizzeria een winkeltje met wat souveniersspulletjes; het werd gerund door een oude moeder en een dikke logge (vrijgezelle?) zoon. Af en toe leek er nog al wat wrevel tussen Vicenzo en de dikke buurman te zijn over het tussenpad. Sinds een paar jaar zijn moeder en zoon vertrokken en heeft Vicenzo het tussenstraatje in gebruik genomen als terras.
Het grappige is dat wij nu al bijna 20 jaar in deze pizzeria komen, altijd hartelijk begroet worden door Vicenzo maar ook door het overige personeel, maar dat wij nooit in gesprek raken. Een van de bediensters vertelt ons altijd hele verhalen in het Italiaans en kan zich vermoedelijk niet voorstellen dat wij haar verhalen maar ten dele begrijpen. Maar dat vinden wij nu juist zo leuk: gewoon echte mensen, zonder dubbele bodem..Onze zoon Tim(8 jaar) heeft ook een speciale band met het personeel. Soms zie ik hem gekke bekken trekken en dat weet ik dat Vicenzo vanuit de keuken de tong naar hem uitsteekt of een ander gebaar maakt.
http://www.anticatrattoriabolsena.com/index.htm
Vreemde ervaringen:
Begrafenisstoet:
Enkele jaren geleden zaten we te eten en plotseling werd het licht uitgemaakt. Er bleek een begrafenisstoet langs te komen en uit respect doofde Vicenzo de verlichting en zelfs de deur werd gesloten. Ik moest meteen aan mijn moeder denken. Als zij overlijdensverhalen ophaalde uit haar jeugd vertelde ze ook dat lichten gedoofd werden en zelfs dat de klok stil gezet werd. Voor mij was dit vroeger, maar in Italië in een eenvoudig dorpje gebeurde dit nog steeds.
Geldperikelen:
Nu kun je op wel drie plaatsen in Bolsena geld "uit de muur trekken" en met creditcard betalen is ook geen enkel probleem. Hoe anders was dit in de beginjaren. Met een girokaartje moest je in de ochtenduren naar een postkantoor. Paspoort en giropasje bij de hand en oplettten dat je niet in de verkeerde rij ging staan. Bij ons vulde je het kaartje al van tevoren in zodat je snel geld kreeg en zorgde je er voor dat je handtekening overeen kwam met die op het pasje. Nee hier niet: aan de balie je kaartje invullen, de handtekening diende overeen te stemmen met die op het paspoort en op de achterkant van het kaartje diende je ook nog het bedrag in letters in te vullen. Vervolgens ging de kassier aan de slag en kwamen er allerlei blokjes aan te pas die ingvuld werden met drie velletjes carbonpapier ertussen. Het leven van de Italiaanse kantoormensen leek hier af te hangen van carbonpapier.
In deze streek was het praktisch onmogelijk om 's middags nog geld op een postkantoor te krijgen. Een echte afrader was ook om vrijdag's geld te halen. Het postkantoor werd dan volledig in beslag genomen door oudjes die zich haasten om hun pensioen te incasseren. In de loop van de morgen kwam het dan voor dat op een bepaald moment het pensioenpotje leeg was en de mensen geen geld meer kregen. De toeristen konden wel gewoon geld krijgen. We vonden dat toen een vreemde ervaring dat wij "rijke" toeristen met geld naar buiten liepen en in het postkantoor oude mensen met lege handen achterbleven.
Bij ons kun je aan de kassier vragen in welke bankbiljettten je je bedrag uitgekeerd wilt krijgen. Hier zouden ze dit vreemd en brutaal vinden. Dus als je 200.000 lires afhaalde, kon je dus 2 briefjes van 100.000 lires krijgen. Het was dus zaak om deze bij een aankoop uit te geven om kleinere biltjetten te krijgen. Niet alleen in de kleine winkeltjes waren grote biljetten een probleem, we hebben ook regelmatig mee gemaakt dat we in de pizzeria gingen eten en vervolgens met "groter" geld wilde afrekenen. Iemand van de bediening liep dan met ons biljet het hele dorp af om dit ergens gewisseld te krijgen.
Cappuccino:
Niet alleen geld kon een probleem opleveren. In Nederland is het heel gewoon om na afloop van een etentje in een restaurant een kopje koffie te bestellen. We besloten om in plaats van een "dolce" ook hier een kopje koffie in de vorm van een cappuccino te drinken. Wat we niet wisten, was dat Italianen alleen overdag cappuccino drinken, bijvoorbeeld bij het schaarse ontbijt. Dus men was er niet op voorbereid dat die gekke toeristen 's avonds laat nog om een cappuccino vroegen. Als dus de melk op was, dan werd er ook iemand op pad gestuurd om nog snel ergens een pak melk vandaan te toveren.


